Wie is Dirk Dobbeleers

Voor diegene die me nog niet kennen, stel ik me graag even voor.

Ik, Dirk Armand Martha Corneel Dobbeleers, ben geboren te Merksem op 8 juni 1961.

Ik woon in Antwerpen. Ik ben gehuwd met Pascale Peeraer en samen hebben wij 4 kinderen: Elise, Hellen, Jasmijn en Robbe.

Van beroep ben ik onderwijzer. Op het einde van de normaalschool bracht ik samen met enkele andere studenten een theatervoorstelling voor de kinderen van de lagere school: ‘Krentenkoek met krieken’ van Alice Toen.

Ik had alleszins de toneelmicrobe te pakken, want ik sloot me als acteur aan bij Het Gulden Masker uit Ekeren. Daar speelde ik in stukken als ‘De Spaanse vlieg’, ‘Jan Rap en z’n maat’, ‘Schat, je bent een schat’, ‘Harten twee, harten drie’…

Ik speelde ook mee in professionele producties als het door de Theatersuite opgezette Hercule Poirotproject (o.l.v. Dirk Vermiert). Het in scènes verdeelde stuk werd gebracht op enkele historische locaties in de stad Brussel. Van september 2001 tot februari 2002 vertolkte ik de rol van professor Sanders in de musical ‘Kuifje de Zonnetempel’ van producent Tabas & Co.

Hoe ik schrijver geworden ben? Jaarlijks moesten wij op het traditionele schoolfeest een activiteit verzorgen. Wij, dat waren toen de collega’s van de Sint-Chatharina school te Stabroek, afdeling Smoutakker. Wij waren de Vlaamse kermis met de typische kraampjes beu. “Als we nu eens toneel spelen…” opperde iemand tussen pot en pint. Ik kroop in de rol van regisseur-acteur en samen brachten we ‘Krentenkoek met krieken’ op de planken. Dit stuk had zoveel succes dat er om een opvolger gesmeekt werd. Ik begon vlijtig stukken te lezen maar vond niets dat me aanstond. Daarom kroop ik zelf in de pen en zo zag in juni 1986 ‘De nar van de koning’ het levenslicht. Daarmee trad ik in de voetsporen van mijn vader en mijn grootvader. Ook zij schreven voor kinderen en jongeren.

De voorzitter van Het Gulden Masker was zo enthousiast dat de ‘Nar’ ook in Ekeren werd opgevoerd.

Het schrijven van kinderstukken werd daarna een jaarlijkse traditie. Vaak stond ik zelf op de planken met mijn vader als regisseur. Of ik goed naar hem luisterde, wil ik hier in het midden laten.

Vooral ‘Help ! Spoken losgebroken’, ‘Krabben en dabben’, ‘Nico en Nina’ en ‘Met heksen naar school’ kenden veel succes. Niet enkel bij Het Gulden Masker, ook andere amateurkringen voerden deze stukken op.

Wanneer ik die stukken schreef? Op reis aan zee, want ik ben geen fervente strandganger. Ik zette me liever voor mijn laptop om te schrijven.

Ik had Stabroek al een hele tijd verlaten en trok naar het Xaveriuscollege te Borgerhout, een school met een rijke toneeltraditie. Daar zagen musicals als ‘Jungleboek’, ‘De klokkenluider van de Notre-Dame’, ‘Robin Hood’ en ‘Wees’ het levenslicht. Anders was dat nu de kinderen van de lagere school zelf op de planken stonden.

Maar ik wilde ook voor een volwassenenpubliek schrijven. In het begin schreef ik vooral blijspelen zoals ‘Zaken in Cannes’ en ‘De Mackx’. Maar het liefst van al bijt ik me vast in een sociaal of historisch thema. In massaspektakels zoals ‘De Canterbury Tales’ en ‘De Bokkenrijders, van waarheid naar waanzin’ kropen jaren opzoekwerk.

Mijn creatie van ‘De Canterbury Tales’ won in 1994 het Antwerpse Stadsjuweel met grote onderscheiding. “De Bokkenrijders” werden in 1999 genomineerd voor de ASLK-Toneelschrijfprijs van VVTS en behaalde daarin een eervolle vierde plaats. Het Gulden Masker nam met deze productie ook deel aan het Antwerpse Stadsjuweel. Nu moesten we tevreden zijn met onderscheiding.

In 2001 leer ik Marc Hendrickx kennen. Hij schrijft boeken en wil graag eens een theaterstuk schrijven. Ik droom van een boek. We besluiten de krachten te bundelen en we kiezen voor de unieke combinatie jeugdboek/jeugdtheaterstuk.

In maart 2002 ging ‘Getreinde Wanhoop’ in première met de Scriptomanen als producent. Deze productie over de Tweede Wereldoorlog toerde meer dan 12 jaar in Vlaanderen rond, goed voor 170 voorstellingen. Het boek kende ook al zijn twee uitgave en is nog steeds verkrijgbaar.

‘Wolken en een beetje regen’ met het moordende verkeer als thema wordt in september 2005 gecreëerd. De première is zelfs een hoofditem in het VRT-journaal. Door met een andere uitgeverij (Abimo) en een andere theaterproducent (Educatief Theater Antwerpen) in zee te gaan ontstaat een schaalvergroting. Inmiddels zijn er 350 voorstellingen gespeeld en bijna 6.000 boeken verkocht. Op 30 april 2014 ging ‘Booster’, de film die gebaseerd is op ‘Wolken en een beetje regen’ in première. De film liep tot half juni in meer dan 40 zalen verspreid over heel Vlaanderen.

‘Ma, pa, puinhoop!?’/‘Père, mère… quelle galère!?’ verschijnt najaar 2007 meteen in de beide landstalen met jongeren die van huis weglopen als thema. Er werden 125 Nederlandse voorstellingen en 50 Franstalige voorstellingen gespeeld. De boeken gingen respectievelijk 3.000 en 1.200 keer over de toonbank.

In maart 2010 ging ‘Nuages et quelques gouttes de pluie’ in première, waarmee ook ‘Wolken’ de taalbarrière doorbreekt. De theatervoorstelling speelde 80 keer en alle 1.300 exemplaren van het boek zijn inmiddels uitverkocht.

In 1994 raakte ik in de ban van de bokkenrijders. Bij Abimo verscheen in 2004 ‘De Bokkenrijders’, een jeugdboek over deze gevreesde Limburgse boevenbende. Tegelijkertijd ging de gelijknamige monoloog in première. Ik speelde die een vijftigtal keer op historische locaties zoals de mergelgrotten van Riemst en in de kerk van Alden Biezen, in scholen en culturele centra.

In het najaar van 2005 verschijnt ‘Het proces Philippus Mertens, Een bokkenrijder berecht in Antwerpen’ bij uitgeverij Devries-Brouwers. Om het boek te promoten stippelde ik een historische wandeling gericht op Philippus Mertens uit in Antwerpen. Inmiddels leidde ik al meer dan 30 groepen rond.

Bijna tegelijkertijd ging ’De Bokkenrijders, waarheid of legende’ in première. Deze voorstelling met o.a. Anton Cogen waarin heden en verleden met elkaar verweven werden, speelde 25 keer in Limburgse culturele centra.

Bij Abimo verscheen in 2005 ook nog ‘Toneel met kinderen’. Dit boekje schreef ik samen met Guy Didelez en Frans Busschots. Het is een handleiding voor wie toneel met kinderen wil spelen.

In februari 2008 verscheen mijn eerste boek voor jongere én zwakkere lezers: ‘Spoken losgebroken’. Dit boekje werd mooi geïllustreerd door Isabelle Wils en bevat een luistercd. Beide boekjes verschenen bij uitgeverij Abimo.

Op 16 september 2010 ging ‘Wapenland’ met mensenrechten als thema in première. Samen met Marc reisde ik in april 2009 naar Colombia om inspiratie voor deze voorstelling op te doen. De productie werd ook opgesmukt met authentieke beelden uit Colombia. De voorstelling speelde 145 keer en er werden 2.500 boeken verkocht.

Op 14 oktober kende ‘Heb jij ze wel alle vijf?’ met als thema (kans)armoede een dubbelpremière. De productie debuteerde zowel in Antwerpen als in Brussel. Bij de opstart speelden we in zomaar even 16 Vlaamse steden en gemeenten voor een divers publiek. Ook aan deze productie is een gelijknamig jeugdboek gekoppeld. Momenteel staat de teller op 120 gespeelde voorstellingen en 2.200 verkochte boeken.

In augustus 2009 kreeg mijn samenwerking met Marc Hendrickx een nieuwe dimensie toen ‘Den Derby’, een theaterstuk over de eeuwige rivaliteit tussen de voetbalclubs Antwerp en (Germinal) Beerschot in première ging. Er werden 40 voorstellingen gespeeld voor bijna 10.000 toeschouwers. We kregen met Ivo Pauwels, Ludo Hellinx, Eddy Vereycken, Wim Van de Velde, Gunter Reniers, Koen Vijverman, Annemarie Picard, Silvia Claes en Nathalie Wijnants een indrukwekkende cast op de planken van het Fakkelteater.

Nauwelijks één maand later schitterde Karel Deruwe in de monoloog ‘Coopman Campioen!’. Het eerste seizoen klokte af op 35 voorstellingen. Het tweede seizoen kwam daar nog een tiental bij.

‘Den Derby’ kreeg in 2012 een vervolg ‘Den Derby2’. Anneke Van Hooff, Abigail Abraham, Mitta Van der Maat, Koen Vijverman, Wim Van de Velde, Serge Adriaensen, Thomas Delvaux, Hans De Munter en Eddy Vereycken speelden, opnieuw in een regie van Jos Dom, 23 voorstellingen in Theater aan de Stroom.

Ik schreef al voor het radioprogramma ‘Het Feestcomité’ en voor Radio Donna enkele misdaadverhaaltjes in de stijl van ‘Flikken’. Mijn bijdrage voor televisie blijft voorlopig beperkt tot het schrijven van enkele sketches voor ‘Twee Straten verder’.

In totaal schreef ik 39 theatervoorstellingen voor het amateur- of scholencircuit, 14 stukken werden door een beroepsgezelschap opgevoerd. Tevens werden 13 boeken van mij gepubliceerd. Jaarlijks doe ik ook een aantal stadswandelingen. Naast mijn bokkenrijderswandeling doe ik ook een wandeling over sagen en legenden in Antwerpen. Inmiddels begeleid ik samen met mijn vader ook nog een stadswandeling over de V-bommen in Antwerpen. Op 16 december 2014 deden we deze wandeling een eerste keer als eerbetoon aan de 2 zussen van mijn vader die dag op dag 70 jaar geleden overleden waren door de inslag van een V-bom.

Ik werk geregeld mee aan projecten voor uitgeverij Van In. Zo schreef ik in 1986 de opdrachten voor de ‘Vakantiekalenders’ van de derde graad. In 2004 coördineerde ik de ‘Zomertoppers’, in 2006 de nieuwe ‘Vakantiekalenders’. Later volgden nog mijn bijdragen aan het tijdschrift ‘Farfelu’. Van november 2009 tot maart 2014 werkte ik mee aan ‘Tijd voor Taal – accent’ als coördinator voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar.

Tot slot schreef ik samen met Patrick Bernauw nog 3 Vlaamse filmpjes: Jesse Owens, de held van Berlijn (2000), Het lab boven de dierentuin (augustus 2001) en De vrek en de vogelliefhebber (september 2001).

Buiten schrijven en lesgeven hou ik van een goed glas wijn en lekker eten. Ik ga ook graag naar een theatervoorstelling of naar een spannende voetbalwedstrijd kijken.

Ik ben bereikbaar op het volgende mailadres: dirk.dobbeleers@telenet.be

Comments are closed.